Other Talk – School Projects

In het kader van Other Talk werkte School zonder Racisme vzw in het schooljaar 2021-2022 13 schooltrajecten uit rond migratie, vluchtelingen, en mediawijsheid. Hieraan koppelden we een impactmeting om te weten te komen welke impact onze trajecten hebben op de deelnemende leerlingen en leerkrachten.

Other Talk logo

Other Talk? 

Other Talk is een programma van 11.11.11 en Vluchtelingenwerk Vlaanderen, met als doel nuance in het gepolariseerde migratiedebat in Vlaanderen te brengen. Other Talk wil mensen die zich tussen de tegenpolen van het debat bevinden weer bij de conversatie betrekken en verdere polarisering tegenhouden. Om dat doel te bereiken gaat Other Talk het gesprek aan in twee domeinen: het onderwijs en het middenveld. 

Binnen het onderwijsluik organiseerde School zonder Racisme het project ‘School Projects’. Daarnaast werd door Caritas International België en IOM Belgium het project ‘Teaching Migration’ ontwikkeld.  

Meer info over het volledige project vind je hier.
Meer info over ‘Teaching Migration’ vind je hier

School Projects? 

School zonder Racisme organiseerde in 13 scholen een éénjarig traject rond beeldvorming en migratie. Het traject was gericht op de eerste drie jaren van het secundair onderwijs. Bij de selectie werd rekening gehouden met de verschillende onderwijsvormen, verschillende koepels, en geografische locatie, dit om een zo divers mogelijke groep te begeleiden. Zowel A-stroom, B-stroom, BSO-, TSO-, ASO-, als KSO-scholen werden geselecteerd, als scholen in zowel stedelijke als rurale gebieden geselecteerd. 

September 2021: Bevraging en nulmeting  

Via enquêtes werden leerlingen, leerkrachten en directie bevraagd over hun kennis, contact, en attitudes omtrent het thema migratie en vluchtelingen. Deze bevraging had 2 doelen:   

  • De specifieke noden en opportuniteiten van de school helpen bepalen.  

  • Een nulmeting voor de impactmeting.   

Oktober/november 2021: Startworkshop  

Op basis van de bevraging organiseerden we een workshop met directie, leerkrachten en leerlingen om het programma van het traject samen te bepalen. Daarbij kon de deelnemende school beroep doen op tal van interventies uit onze toolbox. Deze toolbox bood een overzicht van bestaand pedagogisch materiaal rond migratie en vluchtelingen voor secundair onderwijs in Nederlandstalig België.  

Ten eerste zorgde de startworkshop er voor dat het programma aangepast was aan de specifieke noden en opportuniteiten van de school. Ten tweede draagt dit bij tot de participatieve werking door zowel het schoolteam als de leerlingen, die samen het project dragen, te betrekken.   

Vanaf november 2021: Interventies en focusgroepen  

De interventies waren steeds georganiseerd rond 4 grote thema’s:  

  1. Diversiteitsbeleid/schoolcultuur 

  2. Kennis rond migratie en vluchtelingen 

  3. Ontmoeting met migranten en vluchtelingen 

  4. Mediawijsheid rond migratie en vluchtelingen 

De interventies namen verschillende vormen aan: van lespakketten, workshops, ontmoetingsmomenten, tot daguitstappen. 

Mei/juni 2022: eindmeting, focusgroepen, en evaluatie  

Op het einde van het schooljaar (2021-2022) voerden we, gelijkaardig aan de beginmeting, via enquêtes een eindmeting uit voor de impactmeting, en evalueren we samen met de school het traject. 

Doorheen het traject organiseerden we in het kader van de impactmeting ook 3 focusgroepen met de leerlingen.   

Zo konden we de kwantitatieve data van de begin- en eindmeting aanvullen met kwalitatieve getuigenissen van leerlingen.   

 

Impactmeting 

De resultaten van de beginmeting, de eindmeting en de focusgroepen hebben we verwerkt in een intensieve impactmeting. 

We stellen ons hierbij de volgende causale vraag: In welke mate en op welke manier heeft het project (met o.a. educatief aanbod van SzR, lessen, films, activiteiten door de school georganiseerd, en interventies door andere organisaties) kunnen bijdragen tot een positieve verandering bij leerlingen en leerkrachten inzake kennis, attitude, en gedrag rond het thema migratie/vluchtelingen? 

We hopen dat we met dit rapport een bijdrage kunnen leveren aan zowel scholen en educatieve organisaties die trajectmatig willen werken rond deze thema’s. 

 

Het uiteindelijke rapport zal beschikbaar zijn in de loop van januari 2023. Hieronder sommen we al de belangrijkste lessons learned op, en geven we je de mogelijkheid om jouw fysieke of digitale kopie van het ganse rapport te pre-orderen. 

PRE-ORDER

 

Lessons learned 

 

  1. B-stroom en BSO: veel resultaat mee te boeken! 

Eén van de aandachtspunten van deze impactmeting was het effect dat een dergelijk traject zou hebben op de BSO-(Arbeidsfinaliteit-)richtingen en de B-stroom. Deze worden immers vaak vergeten door educatieve organisaties, of scholen organiseren minder snel activiteiten voor deze richtingen. Nochtans zien we in deze impactmeting dat er een grote vooruitgang te boeken is in deze studierichtingen. Door deze leerlingen te betrekken in het projectontwerp (participatie), en didactische methodes te hanteren die werken voor deze doelgroep (spelend/ervarend leren, ontmoeting, laagdrempelige teksten, …) kan je de impact van je traject significant vergroten. 

 

  1. Ontmoeting werkt! 

Zoals verwacht werkt ontmoeting, als die ontmoeting positief is. In de meeste focusgroepen komen ontmoetingsmomenten redelijk snel terug boven als er gevraagd wordt wat er bijgebleven is van het project, gegeven dat er interventies zijn georganiseerd gericht op ontmoeting. 

We moeten hierbij opmerken dat we ontmoeting als iets ruims zien. Zeker in tijden van lockdowns kan je niet steeds fysieke ontmoetingen organiseren. Films, literatuur, en muziek kunnen hierbij ook dienen als vormen van ontmoeting met ‘de ander’. Uiteraard is het daarbij van uiterst belang dat ontmoeting, in al zijn vormen, steeds gekaderd wordt.  

 

  1. Kennis is niet noodzakelijk voor positievere attitudes, maar kan een opstap zijn. 

De trajecten hebben over het algemeen heel gemengde invloed gehad op het kennisniveau van de leerlingen. Hierbij wordt door sommige leerlingen in de focusgroepen beklemtoond dat ze na workshops of activiteiten nog met veel vragen zitten, die ze niet steeds tijdens de activiteit zelf kunnen stellen. Het wijst op het belang van opvolging door leerkrachten tijdens de lessen: ruimte vrij maken voor de vragen van leerlingen, het open gesprek aangaan over deze thema’s. Uiteraard is het dan belangrijk dat leerkrachten zich daar voldoende competent voor voelen (zie volgend punt). 

Een betere kennis leidt echter niet zomaar tot positievere attitudes. Het kan wel het begin vormen van een proces, een opstap. Evengoed kan die opstap een ontmoetingsmoment of een ander type activiteit zijn. 

 

  1. Vorming voor leerkrachten werkt! 

Bij alle stellingen die toetsen naar het gevoel van competentie van leerkrachten om met deze thema’s aan de slag te gaan scoren leerkrachten die vorming gevolgd hebben doorheen het traject beter. Daarnaast staan ze positiever ten opzichte van migratie en vluchtelingen, hebben ze betere kennis, en zijn hun ontmoetingen positiever. Dit zijn de meest eenduidig positieve resultaten van de hele impactmeting. 

Inzetten op het vormen van leerkrachten om zelf met deze thema’s aan de slag te gaan is dus zeker zinvol. De vraag is hierbij wel of en hoe dit uiteindelijk zal doorspijpelen tot de leerlingen. Verder onderzoek is hiervoor nodig. 

 

  1. Leerlingen staan open 

Over het algemeen staan leerlingen open om rond deze thema’s aan de slag te gaan. Tijdens de focusgroepen gaven sommige leerlingen aan dat ze deze thema’s eerder op een structurele manier aan bod willen laten komen in alle lessen en op school. Niet zomaar één les in aardrijkskunde, of één projectdag, maar ook als het gaat om bijvoorbeeld de namen die gebruikt worden in voorbeelden in een oefening in wiskunde (Ahmed of Xiu, in plaats van enkel Jan en Miet), of literatuur in de les Nederlands of Engels (ook auteurs met een migratieachtergrond). Daarbij geven ze aan dat er in die gevallen niet altijd aandacht aan moet gegeven worden, maar behandeld als iets normaals.  

Verder hebben we tijdens de startworkshops ook gemerkt dat leerlingen veel opener staan ten opzichte van het toelaten van de hoofddoek op school. 

Het loont dus de moeite om in te zetten op leerkrachten, of om leerkrachten in gesprek te laten gaan met leerlingen.  

 

  1. Participatie werkt, als het werkt… 

Participatief werken wordt tegenwoordig – terecht – hoog in het vaandel gedragen door menig organisatie. Er wordt verondersteld dat het altijd beter is de doelgroep – leerlingen, ouders, leerkrachten, … –  te raadplegen, mee te laten beslissen, of op een andere manier te betrekken. Hier zijn echter duidelijke kanttekeningen bij te maken. Participatieprocessen creëren verwachtingen bij de deelnemers. Als de verwachtingen niet worden ingelost, dan ontstaat er een soort ‘participation fatigue’, en kan participatie dus zelfs een negatief effect hebben. Heeft dit meegespeeld in School 2? Deze hebben sterk ingezet op participatie, maar zijn de verwachtingen van de deelnemende leerlingen daarbij ingevuld? We moeten hier het antwoord schuldig blijven. 

Een ander, duidelijker, voorbeeld hiervan kwam tijdens de focusgroepen in School 8: Beide groepen namen de focusgroep niet echt serieus. Hoewel er zeker andere factoren meespeelden, was één opmerking van een leerling indicatief. De leerling, die een migratieachtergrond had, zei namelijk dat het geen nut had zijn mening over deze thema’s te delen, aangezien er toch nooit naar geluisterd wordt. 

Er moet aan participatie dus ook gehoor gegeven worden. De deelnemers van participatieprocessen verwachten enige vorm van resultaat. Dit kan in een minimale vorm ook een simpel terugkoppelmoment zijn, maar liefst zien de deelnemers van participatieprocessen uiteraard ook andere vormen van gehoor. 

 

  1. Je hebt niet alle factoren onder controle 

Er speelt ENORM veel mee: woonplaats, geslacht, studierichting, schoolcultuur/omgeving, gedragenheid van het project door directie en het schoolteam, COVID, thuissituatie, actualiteit, toevallige gebeurtenissen op school en daarbuiten, … Je hebt niet alle factoren onder controle. Welk effect goed bedoelde interventies in de praktijk zullen hebben, hangt dus niet enkel af van hoe competent leerkrachten zich voelen, hoe overkoepelend en vakoverschrijdend er gewerkt wordt, of hoe goed workshops up to date zijn met de laatste pedagogische inzichten en evidence-based methodieken. Het is belangrijk om te beseffen dat trajectmatig werken een proces is dat nooit afgerond is. 

 

  1. Attitudes zijn moeilijker te veranderen dan kennisniveau, graad en kwaliteit van ontmoeting, 

We moeten realistisch zijn over de impact die we tijdens een traject kunnen maken. Attitudes zijn nu eenmaal moeilijk te veranderen, onder meer door de reden uit het vorige punt. Daarnaast focussen op mediawijsheid, kennisniveau, en de graad en kwaliteit van ontmoeting kan hoe dan ook een positieve verandering teweeg brengen. 

Opnieuw willen we beklemtonen dat trajectmatig werken een proces is van lange adem. Scholen die een traject doorlopen, en daarbij mee vorm geven aan activiteiten rondom een thema, doen er goed aan de successen van dit traject op te nemen in hun beleid, en te leren uit de zaken die minder goed liepen. Enkel herhaalde inspanning, schooljaar na schooljaar, zal een blijvend en langdurig effect hebben. 

 

 

Volg een traject en krijg het Gouden label