Omgaan met racisme op school

Veel leerkrachten worstelen deze dagen met hoe ze met racisme moeten omgaan op school. Getuigenissen van leerlingen die racisme ondervonden, raken hen diep. Hoe kunnen ze hun leerlingen alle kansen geven die ze verdienen?

EndRacism

Veel leerkrachten worstelen deze dagen met hoe ze met racisme moeten omgaan op school. Getuigenissen van leerlingen die racisme ondervonden, raken hen diep. Hoe kunnen ze hun leerlingen alle kansen geven die ze verdienen? En de positieve en veilige omgeving creëren die zo vaak zoek is in de ruimere maatschappij? Moet en kan je als leerkracht je leerlingen beschermen en/of wapenen tegen structureel onrecht zoals racisme? Wat kan één leerkracht doen?

Het zijn vragen die we bij School zonder Racisme dagelijks voorgeschoteld krijgen. Het antwoord is uiteraard niet simpel. Daarom hebben we vanaf september de workshop ‘Hoe omgaan met diversiteit?’ voor leerkrachten in ons aanbod. Maar omdat de nood hoog is, hierbij enkele vuistregels voor alle leerkrachten die zich soortgelijke vragen stellen:

1. Praat erover.

Als je in de klas al eens de vraag stelt ‘Wie heeft ooit al racisme meegemaakt?’ zit je op het goede spoor. Durf het gesprek erover aan te gaan. Geef leerlingen die dagelijks vooroordelen, stereotypen, racisme en discriminatie beleven de ruimte, de tijd, en de taal om dit te benoemen en te bespreken. Luister respectvol. Erken de gevoelens en ervaringen van diegene die het voorwerp zijn van racisme en discriminatie. Besef dat het feit dat je dit als lid van de witte middenklasse nooit meemaakt, betekent dat je geprivilegieerd bent. Geef les over het continuüm van stereotypen, vooroordelen, en discriminatie.

2. Als leerlingen racistische opmerkingen maken, reageer er dan áltijd op.

Stilte is toestemmen. Tracht na te gaan waar die opmerking vandaan komt. Gebruik daarvoor de LSD-techniek: Luisteren, Samenvatten, Doorvragen. Maak duidelijk dat de uitspraak niet kan, maar geef die leerlingen ook de kans om zichzelf te herstellen. Veroordeel de uitspraak, niet de persoon. En kijk ook naar de noden van diegene die het voorwerp is van de uitspraak. Wat zijn hun noden voor herstel? Hoe kunnen hun wonden geheeld worden? Bespreek ieder geval met collega’s en stel een gezamenlijk beleid op.

3. Besef dat niemands identiteit enkelvoudig is.

Je bent niet alleen Belg of Vlaming en leerkracht, maar ook moeder of vader, zoon of dochter, amateurwielrenner, goede vriend, en fan van the Rolling Stones. Tegelijk. Ook je leerlingen zijn niet enkel Marokkaan of Turk, maar ook Belg, voetballer, twee- of meertalig, wiskundetalent, en op zoek naar zichzelf. Staar je niet blind op één van hun deelidentiteiten, maar negeer ze ook niet. Besef dat iedereen leeft op het snijpunt van meervoudige identiteiten. En dat er spanningsvelden kunnen zijn tussen verschillende identiteiten.

4. Werk aan de beeldvorming over diversiteit op je school én tijdens de les.

Zet in op kritisch denken en wereldburgerschap. Besef dat je eigen referentiekader – of dat van het Vlaamse handboek – niet het enige is. Leer bij over andere referentiekaders. Bekijk geschiedenis, economie, en literatuur eens vanuit een niet-Westers perspectief. Zelfs in de wiskundeles kan je bijvoorbeeld de Arabische oorsprong van onze cijfers toelichten. Nodig rolmodellen uit diverse sociale en culturele groepen uit.

Dit zijn slechts enkele tips, maar als je met je school dit en meer tracht toe te passen, dan werk je in feite aan een interculturele schoolcultuur. Recent internationaal en Vlaams onderzoek (van het Centrum Sociale en Culturele Psychologie van de KU Leuven) toont aan dat een schoolcultuur die diversiteit omarmt en erkent, de leerprestaties bevordert van álle leerlingen, met en zonder migratieachtergrond. Leerlingen voelen zich thuis op school en kunnen daardoor hun talenten optimaal ontplooien, ongeacht hun sociale of culturele afkomst, religie, gender, handicap, levensbeschouwing of seksuele voorkeur.

 

Dit artikel werd gepubliceerd in DeWereldMorgen 

Volg een traject en krijg het Gouden label